“De kerk groeit als gewone mensen doen wat Jezus zegt”

Interview Cvandaag met David ten Voorde

6 november 2025

In Iran, India en delen van Afrika groeit de kerk sneller dan ooit, ondanks vervolging en maatschappelijke druk. Niet door grote campagnes of indrukwekkende gebouwen, maar door eenvoudige gelovigen die anderen leren Jezus te volgen. In de Cvandaag podcast vertelt David ten Voorde over de wereldwijde beweging Disciple Making Movements (DMM) en waarom hij spreekt over de vergeten strategie van Jezus. “De kerk groeit als gewone mensen doen wat Jezus zegt”, stelt hij.

Een wereldwijde beweging van discipelmakers

“De term Disciple Making Movements is geen officiële naam of organisatie”, begint Ten Voorde. “Het is een beschrijvende term, die wereldwijd door zendelingen, kerkplanters en discipelmakers wordt gebruikt. Wat wij willen, is dat mensen de inhoud van die term gaan ontdekken. Niet alleen kennen, maar doen. Ons verlangen is dat ook in Nederland en Europa bewegingen van discipelmakers ontstaan.”

De cijfers die Ten Voorde noemt, zijn indrukwekkend. In Iran, een land waar het christelijk geloof zwaar wordt vervolgd, groeit de kerk explosief. “De schattingen lopen uiteen van twee tot acht miljoen gelovigen. Precies weten doen we het niet, want het is een ondergrondse beweging. Maar zelfs als het er ‘slechts’ vier of vijf miljoen zijn, is dat nog steeds een miljoenenbeweging in amper elf jaar tijd. Dat is ongekend.”

Volgens hem is die groei een teken van diepe geestelijke honger. “Moslimgeestelijken in Iran geven zelf toe dat er zo’n 50.000 moskeeën zijn gesloten. Alleen de elite gaat nog, vaak omwille van status of invloed. Maar het gewone volk zoekt naar meer. Mensen zijn moe van de leegte en hypocrisie. We horen dat bijna één op de twee gesprekken die discipelmakers voeren met ongelovigen leidt tot geloof. Dat zegt iets over de honger in dat land.”

De vergeten strategie van Jezus

De DMM-beweging baseert zich op Jezus’ woorden in Mattheüs 28:19: “Ga dan heen, maak alle volken tot Mijn discipelen.” Toch is die opdracht opvallend kort, zegt Ten Voorde. “Jezus noemt slechts twee dingen: doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en leer hen onderhouden wat Ik jullie geboden heb. Waarom is zo’n grote opdracht zo beknopt verwoord?”

Volgens Ten Voorde ligt het antwoord in Mattheüs 10. “Daar, achttien hoofdstukken eerder, legt Jezus in detail uit hoe discipelschap werkt. Hij stuurt zijn twaalf discipelen eropuit met heel praktische instructies. In Lukas 10 doet Hij hetzelfde met 72 anderen. Die hoofdstukken zijn eigenlijk het handboek van de grote opdracht. Daar laat Jezus zien wat het betekent om te vermenigvuldigen.” Eén sleutelprincipe springt eruit: zoek de persoon van vrede.

De persoon van vrede

“Een ‘persoon van vrede’”, legt Ten Voorde uit, “is iemand die openstaat voor God,

iemand die in geestelijk opzicht hongerig is. Jezus noemt dat letterlijk in Lukas 10:6. Zo’n persoon is door God voorbereid en vormt vaak het begin van een hele beweging.” Hij verwijst naar het verhaal van de Samaritaanse vrouw. “Wij zouden haar misschien voorbijlopen, maar Jezus niet. Zij was het beginpunt van iets groters: een hele stad kwam tot geloof. Jezus zei toen: “De velden zijn wit om te oogsten.” Dat is de essentie van discipelschap: mensen vinden die God al heeft voorbereid, hen toerusten en vrijlaten om hun eigen kring te bereiken.”

In landen als India, Iran en Afrika zien discipelmakers dit patroon telkens opnieuw. “Ze bidden, zoeken en luisteren, soms maandenlang. En dan ontmoeten ze iemand die God heeft klaargemaakt. Vanaf dat moment groeit er iets wat geen mens kan stoppen. Die persoon wordt een medearbeider in de oogst.”

Groepsgericht discipelschap

In tegenstelling tot veel westerse benaderingen richt de DMM-beweging zich niet op individuele bekeringen, maar op groepen. “In het Westen halen we iemand die tot geloof komt vaak uit zijn oude omgeving”, zegt Ten Voorde. “We zetten hem in de kerk of op een Alpha-cursus, en dat is op zich goed. Maar het stopt vaak bij persoonlijke bekering. In de DMM-beweging zeggen we: laat die persoon juist in zijn omgeving! Help hem om daar discipelen te maken.”

Hij noemt dit extractie-evangelisatie. “Stel, iemand van een motorclub of een voetbalelftal komt tot geloof. In plaats van hem uit die club te halen, coachen we hem om juist daar getuige te zijn. Zo kan een hele groep bereikt worden. Jezus deed hetzelfde met de genezene in Markus 5. Hij stuurde hem terug naar zijn eigen mensen om te vertellen wat God had gedaan.”

Volgens Ten Voorde past dat precies bij de betekenis van Jezus’ woorden: “Maak alle volken tot Mijn discipelen.” Het Griekse woord ethnos betekent naast ‘volk’ ook ‘groep’. Je bereikt een land via steden en dorpen, woonplaatsen via groepen, en groepen via één persoon van vrede.”

“In het Westen halen we iemand die tot geloof komt vaak uit zijn oude omgeving."

Iedereen kan meedoen

Een van de krachtigste aspecten van de beweging is haar eenvoud. “Het motto is: Everybody can do it. In India hebben vijf eenvoudige gelovigen, die Jezus’ instructies serieus namen, in dertig jaar tijd een beweging zien ontstaan van 25 miljoen nieuwe gelovigen. Niet door beroemdheden, maar door gewone mensen: tieners, studenten, vaders, moeders. En het gaat nog steeds door.”

De structuur is plat, zonder hiërarchie of sterrencultuur. “Als jij iemand discipelt en die discipelt weer iemand, weet de derde generatie al niet meer wie jij bent. Dat voorkomt trots en houdt Jezus centraal. De eer gaat niet naar leiders, maar naar God.”

Gebed als motor

De bron van elke beweging is gebed, zegt Ten Voorde. “Voordat Jezus zijn discipelen uitzendt, zegt Hij: “De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heer van de oogst.” Zonder gebed geen beweging van Gods Geest. Het is niet ónze strategie. Wij bewegen mee met wat Hij al doet.” Hij vertelt hoe discipelmakers leren om te wachten en te luisteren. “Soms duurt het weken of maanden voor je iemand vindt die openstaat. Maar als je volhoudt, wijst God je de juiste persoon. En die persoon wordt dan een medearbeider in de oogst. Dat is het geheim van deze wereldwijde groei.”

Terug naar de wortels van de Reformatie

Voor Ten Voorde is de DMM-beweging in zekere zin een vervolg op de Reformatie. “De reformatoren benadrukten het priesterschap van alle gelovigen. Dat betekent: iedere christen is geroepen om God te dienen. In deze tijd moeten we dat opnieuw ontdekken. Discipelschap is niet alleen iets voor leiders of zendelingen, maar voor iedereen. Priesterschap van iedere gelovige komt dus neer op discipelschap van iedere gelovige.”

Dat vraagt ook iets van kerkleiders, zegt hij. “De taak van voorgangers en kerkenraden is niet om programma’s te draaien, maar om gelovigen toe te rusten. De kernvraag is: helpen we elkaar om discipelen te zijn én discipelmakers te worden?” Of, zoals hij het scherp formuleert: “Jezus zei niet: ‘Bouw een kerk.’ Hij zei: ‘Maak discipelen.’”

Liefde voor de kerk

Toch wil Ten Voorde niet dat de beweging gezien wordt als kritiek op de kerk. “Wij zijn niet anti-kerk. We houden van de kerk. We zijn zelf lid van gemeenten en vieren elke week samen het geloof. Wat we wél willen, is dat kerken opnieuw ontdekken wat hun basisroeping is: de grote opdracht van Jezus. Hij is al bezig onder de ongelovigen. Hij bereidt mensen voor en nodigt ons uit: ‘Kom met Mij meewerken.’” De beweging wil juist dienstbaar zijn aan bestaande kerken, zegt hij.

Kleine groepen, grote impact

Wereldwijd bestaat de kerk grotendeels uit kleine gemeenschappen, vertelt Ten Voorde. “De gemiddelde gemeente heeft dertig tot zestig leden. Dat zijn vaak groepen waar iedereen elkaar kent, samen eet, bidt en Bijbel leest. Die schaal maakt discipelschap mogelijk. In het Westen zijn we gewend aan grote gebouwen met honderden mensen, maar daar kun je makkelijk anoniem blijven. In kleine groepen groeit echte gemeenschap.”

Hij ziet die eenvoud als kracht, zeker in tijden van crisis. “Als er ooit weer een periode komt waarin kerken moeten sluiten – door vervolging, oorlog of iets anders – dan kunnen juist zulke kleine, vermenigvuldigende bewegingen doorgaan. Dat zien we al in Iran. Het geloof is daar niet te stoppen.”

Aan het einde van het gesprek vat Ten Voorde zijn overtuiging eenvoudig samen: “Jezus is al aan het werk. Hij bereidt mensen voor, ook in Nederland. Hij vraagt ons alleen om mee te doen. Disciple Making Movements zijn niet het idee van mensen, maar van God zelf. Wij sluiten ons aan bij wat Hij al doet.”

Met een glimlach besluit hij: “Wat wij doen, is niet meer dan aansluiten bij de oogst die Jezus al aan het binnenhalen is. Hij is de Heer van de oogst en Hij zegt tegen ons allemaal: Kom, werk met Mij mee.”

De vergeten strategie van Jezus

Klik hier om het boek van Phil Moore te bestellen

Stichting Disciple Making Movements Nederland

Turfspoor 5
2165 AW Lisserbroek

info@disciplemakingmovements.nl

RSIN: 8659.30.193
IBAN: NL40 RABO 0381 3697 73